Hessenwegen

Hessenwegen


 

Geheimzinnig

Hessenwegen zijn -nog altijd- omgeven met een sluier van geheimzinnigheid. Als je goed zoekt blijkt er in Oost-Nederland een heel netwerk van Hessenwegen te bestaan. Niet altijd even duidelijk, maar misschien juist daarom des te intrigerender. Bovendien vind je de aanduiding Hessenweg juist in de -nog steeds- wat wildere en woestere gedeeltes van Nederland: De Veluwe, Twente, Overijssel, De Achterhoek, De Gelderse Vallei. De weg van Achterveld -via Stoutenburg- naar de Hoge Weg bij chauffeurscafé "De 2e Steeg" heet tegenwoordig Hessenweg. Symbolisch?

 

Heerwegen, Hanzewegen & Hessenwegen

De Hessenwegen zijn, ook al zijn ze omgeven met een waas van geheimzinnigheid, niet zo bijzonder oud. Ze verschijnen vanaf het begin van de 17e eeuw. Veel ouder zijn de Hanzewegen die, ook over land, belangrijke handelsroutes waren tussen de steden van het laatmiddeleeuwse Hanzeverbond. Dit Hanzeverbond was een soort Europese Unie "avant la lettre" en een enorme impuls voor het internationale handelsverkeer in Noordoost Europa. Het Hanzeverbond verbond -via zeeën en rivieren- steden als Riga en Tallinn in Estland en Letland, Scandinavische steden als Oslo, Kopenhagen en Bergen, heel veel Duitse steden (zoals zelfs Osnabrück en Frankfurt), met Hollandse (o.a Kampen, Zwolle, Deventer, Zutphen, Doesburg, Nijmegen) en Vlaamse steden(o.a. Brugge). Er waren op gegeven moment zelfs Engelse, Portugese en mogelijk Spaanse en Italiaanse steden lid van het Hanzeverbond. Omdat het netwerk van Hanzesteden zo uitgebreid was, waren soms de verbinding via het land korter en praktischer dan de verbinding via Oostzee, Noordzee, Zuiderzee, IJssel, Rijn, Schelde. Nog veel ouder zijn de Romeinse "Heir" of "Heer" wegen. Deze Romeinse wegen stammen
-in Nederland- vanuit het begin van onze jaartelling. De Romeinse wegen waren vooral Zuid-Noord gericht. In Nederland, waar de Romeinen niet verder kwamen dan de grote rivieren, is het traject vooral Oost-West gericht. Ook in dat netwerk waren Nijmegen en Utrecht belangrijke knooppunten. Delen van het tracé van deze oude Romeinse wegen zijn nu nog steeds in gebruik als verbindingsweg, soms zelfs als snelweg. Kortgeleden werd een oorspronkelijk stuk van een Romeinse weg opgegraven ten zuiden van Utrecht.

 

Hessen

Een deel van de geheimzinnigheid rond de Hessenwegen is misschien te verklaren uit de verschijning van de Hessen en hun imposante Hessenwagens zelf. Vanaf de 17e eeuw verschenen ze vanuit het Oosten in het toen nog veelal "woeste" landschap van Oost Nederland. Hun eindpunt was Utrecht en -in mindere mate- Amersfoort. Konvooien van grote, zwaarbeladen huifkarren, elke huifkar getrokken door een span van meerdere paarden, gemend door gebaarde mannen met brede hoeden, die een taal spraken die vaag bekend was, maar toch niet helemaal. Deze Hessen waren voor Oost-Nederland de internationale chauffeurs uit de 17e en 18e eeuw. Deze kooplieden uit de streken rond Kassel in Duitsland, het huidige Rijnland-Wesfalen, brachten hun koopwaar (linnen, linnen garens, aardewerk) naar de internationale markt die Amsterdam toen al was. Deze Hessen waren zelfbewuste en onafhankelijke kooplieden die op weg waren naar hun bestemming. Dat was iets heel anders dan de marskramers -vaak ook uit Duitsland- die zich veel kleinschaliger richtten op lokale kopers.

 

Hessenwegen

Een ander deel van dat sluier van geheimzinnigheid rond Hessenwegen is mogelijk te verklaren vanuit het feit dat de Hessenwegen de dorpskernen en de bestaande en gebaande wegen (en dat waren er in de 17e eeuw niet zoveel) zo veel mogelijk meden. Dat was niet uit een soort van mensenschuwheid, maar vooral omdat het wielspoor van de Hessenwagens breder was dan het hier in Nederland vastgestelde "binnenlands spoor" dat, omgerekend, 128 cm was. De brede, zware Hessenwagens vernielden de -toen vaak nog ongeplaveide- dorpswegen en vaste verbindingen. Daarom baanden ze hun eigen wegen, wegen die wij nu Hessenwegen noemen, dwars door heidevelden en bossen. Dat betekende ook dat ze volledig op zichzelf aangewezen waren. Ze reden daarom in konvooien om zich zo te beschermen tegen struikrovers en ander gespuis dat zich toen nog wel eens in de woeste gebieden van de Achterhoek en Veluwe ophield. Er waren wel klachten over de Hessensporen. Soms waren de sporen -bijvoorbeeld op de Veluwe- wel "een kwartier gaans breed", waarbij het landschap door de grote paardenspannen en de grote wielen volledig omgeploegd was.

 

Herbergen

Omdat het toch om een aanzienlijke stroom mensen, dieren, geld en goederen ging verschenen er -ver van de dorpskernen, midden in de woeste gebieden van Oost-Nederland- herbergen aan de Hessensporen. Plaatsen waar het materiaal gerepareerd kon worden, waar de paarden verzorgd konden worden en waar de voerlieden hun honger en dorst konden lessen. Het is niet ondenkbaar dat -in slappe jaargetijden- deze zelfde afgelegen herbergen ook bezocht werden door "het gespuis" waartegen de Hessen en ook andere reizigers in deze woeste gebieden zich moesten weren. Je kan je voorstellen dat er daarom bij de plaatselijke bevolking nog wel eens wilde verhalen verteld werden rondom deze herbergen. Een voorbeeld van zo'n herberg is de "Woeste Hoeve" bij Apeldoorn. Alleen al de naam spreekt tot de verbeelding. De "Woeste Hoeve" lag midden in het 'woest en ledig land" van de Veluwe, aan een belangrijk kruispunt van de oude verbindingsweg tussen Nijmegen en Deventer en het Hessenspoor van Aalten naar Barneveld. Tegenwoordig is de Woeste Hoeve overigens weer een gerenommeerd restaurant.



Marskramerpad

Routes

Er waren verschillende Hessensporen. Oorspronkelijk waren deze routes gebaseerd op de aloude Hanzewegen. Later trokken de Hessen hun eigen wegen. In principe bestond er een Noordelijke route (via Hardenberg, Zwolle, Hattem, Epe, Harderwijk) en een Zuidelijke route (via Nijmegen, Woudenberg, Utrecht). Daartussenin waren er nog een aantal andere belangrijke routes (o.a. via Deventer en Amersfoort) en een aantal vertakkingen en dwarsverbindingen. Belangrijk knooppunt in dit verbindingsnet was Barneveld. De Hessenwegen eindigden allemaal in Utrecht. Verder naar het westen was de grond te drassig voor de zwaarbeladen Hessenwagens. In Utrecht en Amersfoort werd de koopwaar verhandeld of verscheept naar Amsterdam.

 

Amersfoort

In Amersfoort kwamen de Hessenwagens vanuit Woudenberg, maar vooral vanuit Barneveld en Meullunter, via Achterveld en Stoutenburg binnen. Bij de Copermolenbrug in Stoutenburg heeft eeuwenlang een tol gestaan, en die stond niet voor niets juist daar. Aan de Hooge weg was een wielmakerij gevestigd. Via de Hooge weg, de Kamperbuitenpoort en de Kamp reden de Hessenwagens naar de Beestenmarkt, waar een stalling " De Hessenkar" was gelegen. Een uitspanning waar, letterlijk, de paarden werden uitgespannen. In Amersfoort verkochten de Hessen hun linnen garens aan de talrijke Amersfoortse bombazijnwevers of verscheepten hun koopwaar via het beurtschip naar Amsterdam.

 

Wandelroute

Het LAW heeft een wandelroute uitgezet tussen Amersfoort en Deventer, het Marskramerspad